Denis Michaud – 46 jaar – Reculfoz

Ik ben geen "tuinier" van het landschap. Wiens tuinier dan? Wie vraagt om een tuinier? Het heeft geen zin om het landschap te onderhouden, omdat er geen "onderhoudsplan" bestaat. Bovendien is er niemand die in staat is om dat plan op te stellen.
Integendeel, ik beschouw mezelf als een ambachtsman. Het is aan mij om een landschap aan te bieden, met mijn cultuur en mijn opvatting. Het landschap is niet meer dan de visuele uitdrukking van de verhouding tussen de mens en de natuur. Deze band is niet algemeen, maar noodgedwongen uniek. Hij is levendig. Die band is zowel cultureel als economisch.
Het landschap is mijn vorm van visuele taal. Het is mijn handtekening als landbouwer, zoals een schilder een schilderij signeert.
Het alfabet van die taal heb ik echter nog niet. Ik kan deze taal nog niet schrijven, en weet evenmin hoe ze bij de mensen overkomt en hoe ze die taal lezen. Het is een nieuw terrein voor ons beroep van landbouwer. Bij onze "manier van doen als landbouwer", op het ogenblik dat we aan het werk zijn, moeten we ons bewust worden van het landschap dat wordt geschreven, en van de kaas die vaste vorm krijgt. Het ene is de afspiegeling van het andere.
Je bewust worden van je manier van doen als landbouwer of boswachter is een enorme culturele sprong. Je neemt direct een zowel technische als culturele zienswijze aan. Je wordt "de persoon van een plaats". Het is belangrijk om je te verzoenen met de identiteit "een persoon = een plaats". De diepe band met de plaats waaraan je verbonden bent, is uiterst belangrijk. Dit is geen folklore of eigenaardigheid. Het is hier niet noodzakelijk beter dan elders. Maar het is noodzakelijk om die band in stand te houden, en ik denk dat de mensen die naar het Juragebergte komen, daarom vragen. Onze taak als ambachtslieden van het landschap bestaat er immers ook in om die afspiegeling aan anderen door te geven, zonder echter te weten hoe die bij hen overkomt. Maar we brengen ten minste een dialoog rond het grondgebied tot stand. Wij zijn bereid om hen te ontvangen, omdat we over het algemeen met hen kunnen praten.
Het is precies die verhouding met anderen, die ontmoetingen en openheid, die voorkomen dat we het karakter van een museum krijgen of in de banaliteit vervallen. De hoofdzaak is de dialoog die tot stand wordt gebracht.












